Ons onderwijs

Organisatie van de school
De Kameleon start dit schooljaar met ongeveer 190 kinderen verdeeld over 8 groepen: twee groepen 1-2, één groep 3, één groep 4, één groep 5, één groep 6, één groep 7 en één groep 8. De groepen 1-2 zijn heterogene groepen; hier zitten kinderen van 4, 5 en 6 jaar in dezelfde groep. Vanaf groep 3 werken we met homogene groepen. Wij vinden dat vooral de vakken taal, spelling, begrijpend lezen en rekenen, waarbij er toch de nodige instructie gegeven moet worden, dan beter tot hun recht komen. Na de instructie heeft de leerkracht in een homogene groep meer tijd en aandacht voor de differentiatie. Wij werken met het directe instructiemodel, dit houdt in dat er voor kinderen een duidelijke lesstructuur is. Het directe instructiemodel is als volgt opgebouwd: terugblikken, bespreken leerdoel, korte instructie, voordoen, eventueel verlengde instructie, (zelfstandige) verwerking en tot slot een nabespreking. De kinderen verwerken de stof op hun eigen niveau, dit geldt ook voor de verwerking op de computers.
De groepen variëren in grootte van 20 tot 32 kinderen. We hebben voor drie hele dagen de beschikking over een onderwijsassistent. De onderwijsassistent wordt ingezet bij de groepen die dat het hardst nodig hebben, hierbij kijken we o.a. naar de grootte en de zorg die deze groep vraagt.

Bij de Kameleon is er een scheiding tussen het ochtend- en het middagprogramma. Het ochtendprogramma bestaat doorgaans uit de vakken taal, spelling, rekenen en begrijpend lezen. Deze vakken worden aangeboden met behulp van een lesmethode. Wij beschikken over recent uitgegeven vernieuwende methoden.
Het middagdeel is gevuld met thematisch onderwijs en beslaat de vakken: aardrijkskunde, geschiedenis, natuur, techniek, tekenen, handvaardigheid en muziek. Dit wordt aangeboden met behulp van het International Primary Curriculum (IPC). Hierover leest u verder meer.
De methoden geven heel duidelijk de leerdoelen per leerjaar aan en bewaken de doorgaande lijn. Een overzicht van de diverse methoden, die we op onze school gebruiken:

Vakgebied Methode
Taal Staal
Spelling  Staal
Rekenen Wereld in getallen
Aanvankelijk lezen Veilig leren lezen
Voortgezet technisch lezen Leestheater
Begrijpend en studerend lezen Nieuwsbegrip XL
Groepen 1-2 Sil op school
Levensbeschouwing IPC thema’s
Schrijven Pennenstreken
Engels Take it easy
Topografie Junior Bosatlas topo
Aardrijkskunde IPC thema’s
Geschiedenis IPC thema’s
Natuur en techniek IPC thema’s
Sociaal emotionele ontwikkeling De Vreedzame School
Verkeer Projecten en Jeugd-verkeerskrant
Muziek IPC thema’s en bronnenboeken
Handenarbeid IPC thema’s en bronnenboeken
Gymnastiek IPC thema’s en bronnenboeken

De groepen 1-2
De groepen 1 en 2 zijn heterogeen samengesteld, dat wil zeggen dat kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar in de groep zitten. Deze keuze is voornamelijk gemaakt uit oogpunt van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Kinderen werken zowel individueel als in kleine groepjes. Ook zijn er gezamenlijke (kring)activiteiten, soms is dit met de hele groep, maar ook regelmatig met een deel ervan. Wij noemen dit de kleine kring. De andere groep is dan zelfstandig met een werkje bezig. Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo, dus ieder kind op zijn/haar eigen niveau. De doelen die gesteld worden, zijn erop gericht dat de kinderen straks goed kunnen functioneren in groep 3, zowel op cognitief gebied als op sociaal-emotioneel gebied.

Schrijven
In groep 1 en 2 oefenen de leerlingen de schrijfmotoriek. Zij maken gebruik van de schrijfmethode ‘Schrijfkriebels’ en ook in de methode ‘Sil op school’ wordt aandacht besteed aan de kleine motoriek. In groep 2 t/m 8 leren de leerlingen schrijven met de methode ‘Pennenstreken’.

De methode Sil op school
In de groepen 1-2 wordt gewerkt met de digitale lesmethode ’Sil op school’.
Het algemene doel van Sil op school is het stimuleren van de totale ontwikkeling van kinderen in groep 1 en 2 zodat zij goed voorbereid in groep 3 komen.
Sil op school legt het accent op vier ontwikkelingsdomeinen, te weten:
• Taal
• Rekenen
• Sociaalemotionele ontwikkeling
• Motoriek
In Sil op school wordt gewerkt aan de spraak-taalontwikkeling, de rekenontwikkeling, de sociaal-emotionele ontwikkeling en de motorische ontwikkeling. Voor elk van deze ontwikkelingsgebieden zijn bij Sil op school concrete doelen geformuleerd, afgeleid van de basisleerlijnen taal, rekenen en sociaal gedrag voor groep 1 van de CED-groep, en van de SLO-basisdoelen taalontwikkeling, rekenontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling voor eind groep 2, en van de ontwikkellijn motoriek van de CED-groep, aangevuld met Tule doelen (tussendoelen en leerlijnen van SLO).
Bij de verdeling van de ontwikkelingsdomeinen over de activiteiten is gebruik gemaakt van de volgende kwaliteitskaarten van School aan Zet: `Taalleesonderwijs- Tijd voor taalontwikkeling in groep 1 en 2` (Forrer & Leenders, 2012) en ` Een goede rekenstart voor kleuters`(Espeldoorn, 2013).
Uiteraard werken de kinderen tijdens betekenisvolle activiteiten aan diverse doelen uit verschillende domeinen tegelijkertijd, maar om te kunnen focussen lichten we er in iedere activiteit steeds één doel, uit één domein uit; het hoofddoel. Aan dit hoofddoel voegen we een tweede doel toe uit hetzelfde domein, of uit een van de andere domeinen. Zo wordt in één activiteit bijvoorbeeld gewerkt aan een doel uit het taaldomein en aan een doel uit het domein van de sociaal- emotionele ontwikkeling.
Sil op school betrekt ouders bij het thema door aandacht voor thuisbetrokkenheid. Via ouderbrieven met ontwikkeling stimulerende activiteiten kunt u thuis aan de slag met uw kind. Hierbij kunt u denken aan tips en ideeën voor spelletjes, boeken apps, websites of uitjes.

ICT
Kinderen in groep 1-2 hebben al bepaalde computer basisvaardigheden en hoeven meestal geen kennis meer te maken met de computer. De lesmethode Sil op school biedt via Squla oefenprogramma’s waar de kinderen mee werken. Deze software hoort bij het thema waar op dat moment aan gewerkt wordt.

IPC en Sil op school
Sil op school is een methode die is opgebouwd uit actuele thema’s. Er wordt het hele jaar thematisch gewerkt, deze manier van werken sluit helemaal aan bij IPC. Bij het aanbieden van de thema’s van Sil op school, wordt de structuur van IPC gebruikt. Er wordt uiteraard rekening gehouden met de belevingswereld van de kinderen. Hun inbreng wordt ingepast in het thema. Ook wordt er een hoek in het lokaal ingericht met materialen die op dat moment de belangstelling van de leerlingen hebben. Zo worden de kinderen in de groepen 1-2 alvast voorbereid op het IPC-onderwijs in groep 3.

Hoe ziet een dag in groep 1-2 er uit?
De kinderen komen binnen en gaan in de kring zitten. Ze kunnen dan met elkaar praten of een boekje lezen. Daarna beginnen we met een kringactiviteit, bijvoorbeeld op het gebied van taal, rekenen, de sociaal- emotionele ontwikkeling, muziek of creatief spel.
De kring kent als organisatievorm vele variaties. Er wordt leerstof aangeboden voor de hele groep, maar ook voor deelgroepen, de zogenaamde kleine kring. Op deze manier kan er leerstof op maat aangeboden worden, evenals de verwerking hiervan. Elke morgen zitten de kinderen ook gezellig in de kring om te genieten van wat fruit en drinken. Hierbij eten en drinken wij gezond.

Werkles
Tijdens de werkles wordt er gewerkt met een planbord. Op het planbord zien kinderen foto’s van de verschillende activiteiten en het aantal kinderen dat een bepaalde activiteit kan kiezen. Ieder kind heeft een naamkaartje met een eigen plaatje. Aan dit plaatje kunnen de kinderen die hun naam nog niet kunnen lezen hun kaartje herkennen. De activiteiten worden door de leerkracht gepland. De leerlingen mogen hieruit een keuze maken. De leerlingen uit groep 2 mogen eenmaal wisselen tijdens een les. De leerlingen uit groep 1 mogen dat tweemaal. Hierbij is rekening gehouden met de spanningsboog van de kinderen. Verder zijn de rode vakken op het bord verplicht. In twee weken moeten de leerlingen deze activiteiten doen. Dit wordt geregistreerd. Het werken met het planbord is een prima hulpmiddel om de zelfstandigheid van de kinderen te stimuleren en te bevorderen. Tweemaal per week wordt het zelfstandig werken speciaal geoefend. De leerkracht werkt ondertussen met groepjes kinderen of individueel om bepaalde onderdelen extra te oefenen. Deze groepjes staan beschreven in het groepsplan. In dit groepsplan is de zorgbehoefte van elk kind in kaart gebracht. De kinderen met dezelfde zorgbehoefte werken in dezelfde groep. We noemen dit Handelings Gericht Werken (HGW).
.
Buitenspelen en de gymles
Voor kinderen in de groepen 1 en 2 is het spelend-leren erg belangrijk. Het buitenspelen biedt de kinderen bijvoorbeeld veel mogelijkheden om ontwikkelingsgebieden te ontplooien. Het gaat hier om de motorische ontwikkeling (rennen, klimmen, sjouwen, enz.), de sociaal-emotionele ontwikkeling (samen spelen, samen delen) en de ontwikkeling van de ruimtelijke oriëntatie (hoog, laag, dichtbij, veraf). Ook in het kleuter-gym-speellokaal kunnen de kinderen zich prima bewegen. Hier geven we afwisselend gym- en spellessen. Wilt u voor deze lessen uw kind gymschoenen mee naar school geven met de naam erin genoteerd.

Tekenboek
Na elk thema krijgt uw kind een tekenboek mee naar huis, waarin ze een tekening hebben gemaakt over dit thema. Wij stimuleren op deze manier de kleine motoriek en tekenontwikkeling. Na twee weken moet het tekenboek weer mee terug naar school. Aan het einde van groep 2 krijgt uw kind het boek als herinnering mee naar huis.

Speelgoedochtend
Elke laatste vrijdag van de maand mogen de kinderen speelgoed van huis meebrengen om mee te spelen.

Knutselmiddag
Met behulp van ouders wordt er een aantal keren per jaar een knutselmiddag georganiseerd.

Een klein cadeautje
De kinderen mogen bij verjaardagen of andere bijzonder feestelijke gebeurtenissen een klein cadeautje maken voor papa, mama, opa of oma. Bij de ingang van de klas hangt een kalender waarop u de gebeurtenis kunt noteren.

Ontwikkeling in beeld
Van alle kinderen worden vorderingen bijgehouden met betrekking tot de sociaal-emotionele ontwikkeling. Hiervoor gebruiken wij de methode ZIEN. Tevens werken wij met het dyslexieprotocol(Smits) en de SLO- rekenchecklist.
Om de ontwikkeling van uw kind te kunnen volgen gebruiken we twee verschillende Cito-toetsen, te weten:
• CITO-taal voor kleuters
• CITO- rekenen voor kleuters
De kinderen van de groepen 1-2 krijgen twee keer per jaar een rapport mee naar huis en drie keer per jaar zijn er ‘tien-minuten-gesprekken’. Bij alle kinderen van groep 1 komen we thuis op bezoek. Dan maken we de kinderen ook in de thuissituatie mee.

De basisvaardigheden vanaf groep 3
Bij de keuze van lesmethoden kiezen we voor methoden waarbij kan worden gewerkt op verschillende niveaus. Hierbij maken we gebruik van het ‘directe instructiemodel’. Na een korte algemene instructie kunnen veel kinderen zelfstandig verder werken, degenen die daar behoefte aan hebben krijgen een verlengde instructie. Regelmatig worden de methoden vernieuwd om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de nieuwste ontwikkelingen passend bij onze visie.

Nederlandse taal
In groep 3 is taal en lezen gecombineerd in de methode ‘Veilig leren lezen’ Vanaf groep 4 werken we met de methode ’Staal’. Deze methode bestaat uit de onderdelen taal en spelling. Staal is een vernieuwende methode die kinderen sterk maakt in taal en spelling. Hierbij staat opbrengstgericht werken en het toepassen van het geleerde centraal. De kinderen vergaren eerst kennis, die ze vervolgens in een presentatie of publicatie toepassen. Er wordt dus echt iets met het geleerde gedaan. Staal is visueel en motiverend. De methode bevat veel instructiefilmpjes, verrassende thema’s, teksten en bronnen uit het echte leven. Door deze realistische context vergeten de kinderen bijna dat ze met taalonderwijs bezig zijn. Staal werkt met de bewezen preventieve spellingaanpak van José Schraven. Deze intensieve spellingaanpak staat bekend om zijn vaste structuur (voordoen, herhalen, dagelijkse dictees).

Lezen
Groep 3 werkt met de methode voor aanvankelijk lezen ‘Veilig leren lezen’. Vanaf groep 4 bestaat het lezen uit technisch lezen, begrijpend lezen en studerend lezen. Voor de verdere ontwikkeling van het technisch lezen laten we de kinderen vooral veel leeskilometers maken. Dit doen we met behulp van verschillende methodieken, bijvoorbeeld Tutor-lezen en Ralfi-lezen. Ervaren lezers gebruiken de juiste leesstrategieën bij de verwerking van een tekst. Ze activeren hun voorkennis, controleren de tekst op samenhang en consistentie, onderscheiden hoofd- en bijzaken, trekken conclusies en stellen zichzelf vragen bij het lezen. Met behulp van de methode Nieuwsbegrip-XL proberen we deze leesstrategieën te ontwikkelen. Wij proberen belangstelling te wekken voor boeken, o.a. door voorlezen, boekbesprekingen en door deelname aan activiteiten rond de Kinderboekenweek. Schooljaar 2014-2015 zijn we gestart met het BOS project (Bibliotheek Op School). Kinderen kunnen op school of thuis boeken online bestellen, deze worden dan op school bezorgd. Tevens hebben we op school een wisselende collectie, zodat kinderen ook op school een boek kunnen zoeken. We stimuleren de leesmotivatie door te werken met een leesplan. De leescoördinator heeft dit plan opgesteld en zorgt voor de borging. Door deze focus hopen wij op een verbetering van de leesvaardigheden en de leesresultaten.

Rekenen
Vanaf groep 3 werken we met de nieuwe versie van de lesmethode ‘Wereld in getallen’. De methode biedt voldoende mogelijkheden om rekenstof aan te passen aan het niveau van de leerling. Maakte men vroeger rijtjes van allerlei sommen, tegenwoordig is rekenen meer op de praktijk gericht. Er wordt meer gerekend op basis van inzicht, maar dit neemt niet weg dat automatiseren nog steeds een belangrijk onderdeel van ons rekenonderwijs is. De rekenthema’s sluiten aan bij het dagelijkse leven, zodat de rekenproblemen voor de kinderen herkenbaar zijn, en duren vijf weken per thema. Om de vier weken wordt de stof getoetst. De vijfde week is voor extra hulp, herhaling of verrijking. Eén les per week is er een ‘projecttaak’. Kinderen gaan dan oplossingen bedenken bij een praktisch probleem. Meestal gaat dit over geld, ruimte, tijd, maten en gewichten.
De kinderen werken zelfstandig aan de (reken) weektaak. De weektaak is verdeeld in drie niveaus: minimum, basis en plus. Zo is er een passend programma voor ieder kind. Daarnaast zetten we oefensoftware in, dit is een vast onderdeel van de weektaak. Het oefenprogramma is op maat en schakelt automatisch door naar een hoger of lager niveau.

International Primary Curriculum (IPC)
Bij de Kameleon bieden wij de vakken, aardrijkskunde, geschiedenis, natuur, techniek, en alle expressie-vakken, thematisch aan door middel van IPC. Het lesmateriaal bestaat uit projecten. De projecten zijn verdeeld over de groepen (milepost) 1-2, 3-4, 5-6, en 7-8. Dit betekent bijv. dat de groepen 5 en 6 aan dezelfde projecten werken. Voor elke milepost zijn speciale projecten ontwikkeld die aansluiten op de ontwikkelingsfase en belevingswereld van het kind in die periode. Een unit bestaat uit een centraal thema en heeft een aantal leerdoelen. Vanuit die leerdoelen komen de leeractiviteiten voort.
In elk thema komen verschillende vakgebieden aan de orde, zodat de kinderen leren op verschillende manieren naar een onderwerp te kijken. De activiteiten zijn zo ontwikkeld dat aan verschillende talenten en vaardigheden van kinderen aandacht besteed wordt. Door het aanbieden van thematisch onderwijs is er veel ruimte voor de eigen inbreng van kinderen bij de inhoud en vormgeving van het leren. We sluiten aan bij vragen die kinderen zelf inbrengen en stimuleren hen om zelf de antwoorden te zoeken en te formuleren. Daarbij wordt veel gebruikgemaakt van coöperatieve werkvormen. Elke unit wordt op een inspirerende wijze gestart en afgesloten. Ouders ontvangen bij de start van elke unit een informatiebrief. In deze brief wordt verteld wat de kinderen de komende weken gaan leren en welke hulp we van de ouders verwachten.
De kerndoelen waaraan ons onderwijs moet voldoen zijn verwerkt in deze projecten.

Bewegingsonderwijs
De leerkrachten van de groepen 1-2 geven gym- en spellessen in onze eigen daarvoor ingerichte speelzaal. Hierbij komen activiteiten aan bod als: muziek en bewegen, balanceren, klauteren en klimmen, rollen en duikelen enz.
De groepen 3 tot en met 8 hebben twee keer per week gym in de grote gymzaal van De Oldenburg, tegenover de school. Tijdens bewegingsonderwijs wordt aandacht besteed aan allerlei bewegings- en spelactiviteiten. In de lessen staat naast veiligheid en sportiviteit, sportplezier hoog in het vaandel. Waar mogelijk wordt de gymles gekoppeld aan een unit van het IPC (bijvoorbeeld een unit over gezondheid). We hebben een samenwerking met het Hendrik Pierson College te Zetten, waarbij wij studenten bewegingsonderwijs stageruimte bieden. Zij verzorgen dan met een viertal studenten de gymlessen.
De school doet ook ieder jaar mee aan een aantal in de regio georganiseerde activiteiten, zoals schaken en voetbal. Daarnaast organiseren we samen met de Drielse scholen de jaarlijkse sportieve Koningsspelen.

Engels
In de groepen 7 en 8 wordt Engelse les gegeven. Dit doen wij met de moderne methode “Take it easy”. Deze methode is speciaal ontwikkeld voor het digibord en daarmee gegarandeerd interactief, actueel en effectief. De stof biedt volop variatie, differentiatie en verdieping. De co-teacher op het digibord is een native speaker, zodat de kinderen de juiste uitspraak aangeboden krijgen. We kunnen deze methode ook in lagere groepen inzetten. Hierover nemen we dit schooljaar een beslissing.

De Vreedzame School
Het team van de Kameleon vindt dat kinderen in hun sociaal-emotionele ontwikkeling begeleid moeten worden om op te kunnen groeien tot sociaalvaardige en emotioneel stabiele volwassenen. We volgen de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze kinderen met behulp van een observatiesysteem. De leerkracht kan op basis van de hierbij verkregen gegevens activiteiten plannen waarmee de sociale competenties extra worden geoefend. Wij doen dit volgens de aanpak van de Vreedzame School. Hierbij krijgen de kinderen eigenaarschap over hun eigen handelen en meer begrip met betrekking tot het handelen van de ander.
Tijdens het oudergesprek bespreekt de leerkracht deze sociaal-emotionele ontwikkeling met u. Tevens leren de kinderen zorg te dragen voor hun eigen omgeving. Ze zijn krijgen ook hierbij verantwoordelijkheid, bijv. als mediator tijdens het buitenspelen.
Ook burgerschap krijgt binnen de Vreedzame School de nodige aandacht. Onder burgerschap wordt verstaan: “het zelfstandig verantwoordelijkheid nemen door leerlingen voor gemeenschapsbelangen in en buiten de school”. Het doel van actief burgerschap is om een goede verbinding te leggen tussen school en het dagelijks leven in de wereld om ons heen. Hierbij bevorderen we bij de kinderen bewustwording van het feit dat zij nu en in de toekomst een verantwoordelijkheid hebben om een positieve bijdrage te leveren aan de maatschappij. Wij stimuleren onze leerlingen tot actief burgerschap. In school gebeurt dat bijvoorbeeld bij activiteiten waarbij de oudere kinderen de jongere kinderen begeleiden, zoals bijvoorbeeld het tutorlezen. Daarnaast stellen we samen met de kinderen de schoolafspraken vast en zijn ze medeverantwoordelijk voor de schoolomgeving. Hierbij denken wij aan het schoonhouden van het plein, maar ook aan het netjes omgaan met bijvoorbeeld de schoolbibliotheek. Daarnaast besteden we aandacht aan mensen die niet zo rijk bedeeld zijn. Dit doen we o.a. tijdens de projecten van IPC en met de jaarlijkse sponsorloop voor een goed doel. Dit goede doel is altijd aan kinderen gerelateerd.

Levensbeschouwing
De Kameleon is een samenwerkingsschool ontstaan uit openbaar en katholiek basisonderwijs. Wij geven de kinderen van de Kameleon algemene waarden en normen mee, dit doen we door een sfeer te scheppen waarin ieder kind zich geaccepteerd en veilig voelt, ongeacht uiterlijk, taal, geloof of culturele achtergrond. Wij besteden binnen de projecten van het IPC aandacht aan alle wereldgodsdiensten en aan de verschillende culturen die er wereldwijd zijn. Binnen elke unit van IPC is er aandacht voor internationalisering, hierbij leren de kinderen bepaalde onderwerpen ook vanuit een ander standpunt te benaderen. Wij besteden schoolbreed aandacht aan het Kerstfeest en het Paasfeest.

Kinderraad
U heeft kunnen lezen dat wij kinderen mede-eigenaar laten zijn van hun eigen leren. Dit willen we ook doortrekken naar hun directe omgeving. Wij willen kinderen ook verantwoordelijk laten zijn voor hun eigen omgeving. Kinderen kunnen in de Kinderraad ideeën aandragen en bespreken met de directeur. Elk jaar wordt er een nieuwe Kinderraad gekozen. Kinderen van de groepen 6 t/m 8 kunnen zich kandidaat stellen. Uit elke groep worden twee leerlingen gekozen. Zij hebben als taak om de groepen te voorzien van informatie over alles wat er besproken wordt in de Kinderraad, maar ze gaan ook ideeën ophalen bij de overige groepen om in te brengen in de Kinderraad.

Verkeer
Voor de onder- en bovenbouw gebruiken we actuele en aansprekende onderwerpen om het gedrag in het verkeer onder de aandacht van de kinderen te brengen. Het belang van het verkeersonderwijs wordt in de groepen 7 en 8 onderstreept door deelname aan het landelijk verkeersexamen voor basisscholen. Wij maken voor het verkeersonderwijs gebruik van de ‘Jeugdverkeerskrant’ en proefexamens.

Zelfstandig werken
In alle groepen vindt het zelfstandig werken plaats. Wij maken gebruik van dag- en weektaken. Het zet leerlingen aan tot zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid en biedt de leerkracht tijd en ruimte om leerlingen extra te helpen. Het aanbieden van zelfstandigheid en ruimte geven voor zelfverantwoordelijk leren, vormen samen een basis om tegemoet te komen aan verschillen tussen leerlingen. Er zijn leerlingen die met minder instructie uit de voeten kunnen en er zijn leerlingen die eerder, vaker of langer instructie nodig hebben. De leerkracht voert regelmatig gesprekken met de kinderen, de zogenaamde feedbackgesprekken. Hierbij geven kinderen aan wat ze geleerd hebben, maar ook wat ze nog lastig vinden. Samen met de leerkracht wordt er dan onderzocht wat dit kind specifiek nodig heeft. De kinderen voelen zich zo gehoord en meer betrokken bij hun eigen ontwikkeling.

ICT
In de maatschappij komen kinderen veel in aanraking met audiovisuele media. Omdat kinderen zeer ontvankelijk zijn voor audiovisuele indrukken, maken we ter ondersteuning van de verschillende vakgebieden op school gebruik van:

•Computers met diverse programma’s voor leerlingen van groep 1 t/m 8. In iedere klas staan computers met programma’s die zijn aangepast aan de leeftijd van de kinderen. De programma’s zijn ook afgestemd op een aantal vakgebieden, die voor die groep van belang zijn (bijvoorbeeld: rekenen, spelling, topografie, lezen). Ook maken de leerlingen van de bovenbouw gebruik van computers om werkstukken te schrijven. Een gefilterd internet via ‘Leerwereld’ is hierbij één van de veilige bronnen van informatie. Vanaf groep 6 leren de leerlingen om bijv. via Power Point en Prezi een presentatie te maken voor een spreekbeurt.
• Een digitaal schoolbord. Dit betekent dat we in de lessen op een eenvoudige manier gebruik maken van digitale instructies, websites, software, filmpjes, muziekfragmenten, interactieve teksten, presentaties enz. Een groot aantal van onze methoden (rekenen, taal, Engels) maakt al gebruik van digitale lessen. Zo zien de kinderen op het digibord dezelfde bladzijde als in hun boek. Daarbij is het mogelijk om instructies die op het bord zijn gemaakt, op te slaan en later weer op te roepen.
• De kinderen werken vanaf groep 4 op chromebooks. Deze chromebooks worden ingezet voor alle vakgebieden. Tevens verwerken de kinderen vanaf groep 5 de rekenstof digitaal. Kinderen die het liever in een werkboekje maken krijgen die mogelijkheid aangeboden.
Tevens hebben we de beschikking over een aantal Tablets voor extra ondersteuning, bijv. voor dyslectische kinderen. Door een foto van de tekst te maken, wordt deze voorgelezen. Hierdoor kunnen deze kinderen beter zelfstandig met opdrachten aan het werk. Deze tablets worden ook in de onderbouw gebruikt voor leerspellen.

Kwaliteitsbewaking
Onze school maakt gebruik van verschillende mogelijkheden om de kwaliteit van ons onderwijs te bewaken en waar mogelijk te verbeteren:
• Methodegebonden toetsen. De groepsleerkrachten evalueren de resultaten.
• De resultaten van de toetsen van het Cito leerlingvolgsysteem. We vergelijken de uitslag van deze toetsen met het landelijk gemiddelde. We houden van iedere leerling door alle jaren heen een interne rapportage bij, waarin deze gegevens opgenomen worden. Iedere leerkracht maakt twee keer per jaar een analyse van de behaalde resultaten. Hierbij controleren we of de geformuleerde individuele- en groepsdoelen zijn behaald. Op basis van deze analyse plannen we het vervolg.
• De toetskalender.
• De leerling-besprekingen met de IB-er.
• Gesprekcyclus tussen directeur en leerkracht (twee keer per jaar).
• (Na)scholingsactiviteiten. Deze activiteiten zijn gebaseerd op beleidsvoornemens en uitkomsten van de gesprekkencyclus.
• De tevredenheidonderzoeken. Dit is een instrument om de hele schoolpraktijk te analyseren. We vragen ouders, leerlingen en medewerkers bij dit onderzoek om hun mening over onze school. Komen uit de analyse van deze onderzoeken verbeterpunten naar voren, dan gaan we daarmee aan de slag.
• We gaan het Werken Met Kwaliteitskaarten (WMK) verder uitbreiden. Hierbij moet u denken aan kwaliteitskaarten die bijv. het zelfstandig werken of de opbrengsten in beeld brengen. Met deze kaarten kunnen we de verbeterpunten in beeld brengen.
• Schoolverbeterplan. We werken planmatig aan alle verbeterpunten en onderwijskundige ontwikkelingspunten.
• Tijdens vergaderingen, en informele gesprekken staat ons onderwijs iedere keer centraal.